
Selectie: Positieve en minder positieve berichten uit de ziekenboeg
Terwijl de club in euforie verkeerde, was er van diverse kanten ook de nieuwsgierige vraag hoe het nu gaat met de geblesseerde selectiespelers.
Vorige week bleek Mounir Mounji nog niet helemaal fit en was 60 minuten voluit spelen vanwege een onwillige heup het maximum. Inmiddels zijn er vorderingen te melden en in de wedstrijd tegen Hoofddorp kon hij zich dan ook positief onderscheiden. Mounir daarover: ‘Het ging zondagmiddag een uur lang erg goed en ik denk volgende week voor 100% fit te zijn.’ Ook aanvoerder Ralph van Oosten kende de afgelopen weken wat problemen,
wat hem een wedstrijd aan de kant hield. Inmiddels lijken deze problemen volledig voorbij, want tegen Hoofddorp maakte hij een geweldige indruk en speelde hij de volle 90 minuten.
Keeper Sem Grapendaal keerde de vorige wedstrijd weer terug onder de lat. Zijn knieblessure betreft tot onze maar ook zijn opluchting geen meniscusproblemen. Wel is er geconstateerd dat kraakbeen in de knie soms zorgt voor pijn. Daar is volgens verzorger Frank Godijn op een goede manier mee om te gaan, waardoor hij fit genoeg is om hopelijk wekelijks te trainen en te spelen.
Een ander verhaal is de blessure van Reda Kharchouch. Na zijn gedwongen revalidatie van een liesblessure heeft hij hard gewerkt aan een terugkeer op zo kort mogelijke termijn. Dat hield in dat hij vooral aandacht gaf aan verder volledig fit blijven en het behouden van de noodzakelijke spiermassa. De prognose is dat hij in ieder geval nog weken uit de roulatie zal zijn. Een scan zal deze week uit moeten wijzen hoever het herstel gevorderd is. Daarnaast is de terugkeer naar de veldtrainingen een moment waarop duidelijk moet worden hoe het er echt voor staat. Reda zelf daarover: ‘Ik verwacht over 5 weken weer aan de bak te kunnen, maar dan moeten de veldtrainingen wel goed gaan verlopen.’
Verrassend genoeg stond Max de Haas deze week ook weer op het wedstrijdformulier. Maar dat betekent volgens hem zeker niet dat hij wedstrijdfit is. Vorig seizoen kwam Max bij het terug verdedigen ongenadig hard in aanraking met de boarding en ging zijn schouder uit de kom. Niet zomaar even uit de kom, maar met ernstige gevolgen. Er volgde een maandenlang traject van absolute rust. Max: ‘Ik heb vooral niets willen forceren en ben heel langzaamaan weer wat gaan trainen. Eerst vooral spierversterkende oefeningen, later wat voorzichtige balcontacten en vanaf vorige week train ik weer met de bal en voor een deel met de groep. Deze week is er een onderzoek door de specialist en hopelijk kan ik de trainingen opvoeren en wat mij betreft na de winterstop weer voor 100% inzetbaar zijn.’
Voor keeper Stan Oliemans liep het na de wedstrijd tegen JOS heel anders af dan hij had gehoopt. Tijdens de hersteltraining op maandag liep hij een zware enkelblessure op, die hem het spelen direct onmogelijk maakte. Inmiddels is er een langzaam herstel waar te nemen, maar voorlopig zal hij alles nog vanaf de zijlijn moeten volgen. Zijn terugkeer zal, zo bevestigde ook Frank Godijn, nog wel enige weken op zich laten wachten.
Tot slot spreken we Timo Pont. Die kwam vorig jaar naar de Lageweg met een zware blessure: een gescheurde kruisband. Daar staat gebruikelijk 10 tot 12 maanden herstel voor. Ook hij was vooral geduldig, begon voorzichtig na 10 maanden met trainingen en was na 13 maanden min of meer fit. Hij trainde mee met de selectie en speelde in het tweede elftal eerst een half uur tegen Foreholte en vervolgens een helftje tegen VVSB. Daarna speelde hij nog een wedstrijd met een pijnlijke lies. Een scan maakte duidelijk dat er wat was gescheurd, wat betekent dat hij nog even gas heeft moeten terugnemen om dan straks weer langzaam maar zeker te kunnen werken aan het voor 100% fit worden.